16e eeuw
De familie Borghese, met sterke banden met de rooms-katholieke kerk, verhuisde in de 16e eeuw naar Rome en vergaarde al snel rijkdom en aanzien. In 1605 werd Camillo Borghese gekozen tot paus (paus Paulus V) en kort daarna benoemde hij door vriendjespolitiek zijn neef Scipione Borghese tot kardinaal. Scipione was een fervent kunstverzamelaar en investeerde een groot deel van de rijkdom die hij had verworven door pauselijke vergoedingen en belastingen in de uitbreiding van de kunstcollectie van de familie.








